Gebeurd

Spaart u zegeltjes, mevrouw?

April 27, 2016
Pillow Pet

Het Vriendje en ik doen doorgaans onze boodschappen bij Colruyt, ook al is die supermarkt een beetje verder rijden. In de buurt zelf hebben we twee andere supermarkten. Af en toe als we iets vergeten zijn, dan trekken we naar een van die supermarkten om snel nog een bus melk of een paprika te kopen.

Enkele weken geleden liepen we die ene supermarkt weer binnen en meteen viel mijn oog op een stapel knuffels. Lieveheersbeesjes, dolfijnen, panda’s en zelfs een eenhoorn. En ze waren zacht. Zo ontzettend zacht. Mijn eerste reactie was: “I needz one! Hoeveel kost dat?”. Ooit word ik wel een keer volwassen. Echt waar. Ooit. Maar nu nog even niet. Nu ben ik dertig en wil ik nog altijd knuffels kopen. Alle knuffels in de wereld, als het even kan. Vooral de eenhoornvarianten.

Boven de hoop knuffels stond een papiertje. Per aankoopschijf van ik geloof €10 krijg je een zegeltje. Je moet tien zegeltjes sparen voor een volle spaarkaart. Maar dan ben je er nog niet! Nee! Dan moet je nog eens €9,95 opleggen. In totaal ben je dus zo’n €109,95 kwijt voor je zo’n knuffel te pakken hebt. De waarde van zo’n knuffel? €29,95. Ik betaal dan precies toch liever de €29,95 dan eerst voor zoveel euro aankopen te moeten doen én dan nog een €9,95 op te leggen.

Helaas bleek dat je die knuffels niet gewoon daar ter plekke kon kopen. Je moest echt persé een volle spaarkaart hebben. Dus stond ik daar een beetje beteuterd met de eenhoornknuffel in mijn armen.

Wat een gedoe zeg. Om niet het woord “afzetterij” te gebruiken. Als je je wekelijkse boodschappen doet bij die supermarkt, dan is dat allemaal ok. Je gaat er toch sowieso je geld uitgeven, dus dan kan je meteen die zegeltjes incasseren. Binnen een aantal weken heb je dan ongetwijfeld een volle spaarkaart. Maar als je zoals wij sporadisch naar die supermarkt gaat, dan ben je lang bezig met het verzamelen van de nodige zegeltjes. Pfoeh.

Eens thuis werd er volop gegoogled naar die knuffels en waar je ze kon kopen. In de supermarkt werden ze Swizzels genoemd, maar blijkbaar heet het echte merk Pillow Pets. Uren kan ik me dan zoet houden met zulke research en eens ik alle informatie heb gevonden, dan doe ik er niets mee. Ha! Meestal zet ik zulke zaken dan ook uit mijn hoofd en misschien maar goed ook, want anders stond ons huis vol met knuffels, poppen en schattige beeldjes en wat nog niet. Maar Het Vriendje laat zulke zaken iets minder snel los.

Vrijdag kwam hij de keuken binnen terwijl ik net bezig was met mijn soezendeeg en meldde dat hij een groot tussendoorkadootje voor mij had. Uiteraard werkte ik eerst even mijn deeg af, maar terwijl ik braaf vijftien minuten moest wachten terwijl de profiterollekes in de oven stonden, ging ik op zoek naar het kadootje. De donkere plastic waarin het pakje was verzonden, was een klein beetje gescheurd en door die scheur zag ik roze krulletjes. Meteen viel mijn frank. Mijn eurocent. Hij viel. En hard. De plastic werd opengescheurd en daar was mijn eigenste eenhoorn Pillow Pet. Zo fluffy. Zo knuffelbaar. Zo ontzettend zacht. Geen zegeltjes. Geen spaarkaarten. Geen gedoe. Gewoon de knuffel die ik wilde. Nah. Zo moet dat zijn.

Het Vriendje is een held, maar dat wisten jullie intussen wel al hé?

En u, mevrouw, meneer, spaart u zegeltjes voor acties in de supermarkt of bij andere winkels? Waarom wel of waarom net niet? Vind je het afzetterij of is het een leuk extraatje?

Gegeten

Die keer met de profiterollekes

April 25, 2016
Profiterollekes

We hadden nog wat eieren in de koelkast liggen die langzaam maar zeker hun vervaldatum tegemoet gingen. Dus besloot ik met die drie laatste eieren te experimenteren en soezendeeg te maken. Ik had het namelijk een paar weken geleden in mijn hoofd gehaald om profiterollekes te maken en als Kathleen iets in haar hoofd haalt… Sja.

Jullie lieten het al eerder weten toen ik vertelde dat ik met het idee speelde om profiterollekes te maken: soezendeeg is niet zo moeilijk als het lijkt. Vraag me niet waar ik het idee gehaald had dat dat iets is dat altijd mislukt, maar zo zat het in mijn hoofd. Gelukkig was er het Bakboek. Dames, heren, als je ooit een boek rond bakken in huis wil halen, dan is het dit boek wel. Er staan allerhande recepten in gaande van taarten en cakes tot koffiekoeken, wafels en uiteraard ook profiterollekes.

Het boek is opgedeeld per soort deeg en aan het begin van ieder hoofdstuk wordt uitgelegd hoe je dat specifiek soort deeg moet maken. Er staat iedere keer bij wat er allemaal kan mislopen, maar ook hoe je het kan oplossen. Het is min of meer alsof je een professioneel banketbakker naast je hebt staan die zegt: “doe nu dat, let daarop, dat kan fout lopen, maar doe nu dit,…”. Nog geen enkel recept dat ik uit dat boek heb geprobeerd is mislukt en ik ga ervan uit dat dat door die aanpak komt.

ProfiterollekesHet deeg zelf maken ging heel vlot en eens ze de oven in stonden, wist ik dat ik geduld moest hebben. Ik ben zo iemand die graag haar baksels ziet veranderen van vorm in de oven. Serieus. Ik vind dat eindeloos fascinerend hoe een loperig deeg opeens een volle cake kan worden of hoe hoopjes prut opeens krokante koekjes kunnen worden. Met andere woorden: ik trek regelmatig eens mijn oven open om te zien hoe het staat met mijn baksels. En blijkbaar mag je dat absoluut niet doen bij soezendeeg of de gebakjes storten dan helemaal in. Dus heb ik mijn keuken verlaten en heb ik een kwartier lang iets anders gedaan (namelijk een tussendoorkadootje open, maar meer daarover later).

Toen ik na een kwartier terug de keuken in liep, rook het er een beetje verbrand. Heel even dacht ik dat ik de profiterollekes had laten aanbakken. Een micro seconde of zo. Onze oven zijn temperatuur komt niet echt overeen met wat er op de knop staat. ‘t Is een beetje een uitslover die altijd harder wil gaan dan wat je hem vraagt. Soit. In het recept stond dat je de gebakjes nog vijf minuten in de oven moest laten staan met de ovendeur op een kier. Uiteraard moest ik toen even binnen loeren. Ze zagen er perfect uit, mijn profiterollekes. En gigantisch. Dat ook.

Het vullen van die profiterollekes bleek nog het moeilijkste te zijn. Want waarmee vul je dat eigenlijk? Wat had ik nog in huis? Ooit komt het goed met mijn voorbereidingen. Ooit. Echt waar. Ik vond nog wat slagroom, klopte die op en vulde een spuitzak met de opgeklopte slagroom. Eens ik aan het werk wilde gaan bleek dat het spuitmondje niet wilde meewerken en binnen de kortste keren hing het plafond van de keuken onder de slagroom (misschien lichtelijk overdreven). Dus sneed ik de profiterollekes gewoon doormidden, mepte wat slagroom op een deel, duwde het andere deel er bovenop en riep ik luidkeels: “Tadaaa!” om vervolgens zo’n profiterol in mijn mond te duwen. Het moet niet allemaal perfect zijn. Nah. En het smaakt toch allemaal hetzelfde.

Dus ja. Profiterollekes. Ik kan dat maken, zo blijkt. Vullen is een ander verhaal, maar dat zijn details. Up next: éclairs misschien? Maar dat wordt wel heel gevaarlijk als ik dat leer maken, want ik vind éclairs best wel lekker. Hmm… Eclairs.

Wat zijn zo dingen waarvan jij schrik hebt om ze te bakken? Een biscuit? Wafels? Profiterollekes? Wat houdt je tegen om het een keer te proberen? Ik sta alvast klaar om je aan te moedigen als je het probeert. #pompommekesdanske

Gelezen

Verdriet is het ding met veren

April 24, 2016

Verdriet is het ding met verenOndertussen zullen jullie wel al doorhebben dat ik nogal een fan ben van magisch realisme. Dus toen ik zoveel positieve dingen hoorde en las over Verdriet is het ding met veren van Max Porter, een boek vol magisch realisme, moest ik het gewoon lezen. En ik was serieus onder de indruk van dit boekje (spoiler alert).

Nadat een vader en zijn twee zoontjes plots hun echtgenote en moeder verliezen, staat er op een avond een kraai aan de deur. De vader is een expert in het werk van de dichter Ted Hughes. Hughes heeft een hele gedichtenbundel geschreven met als titel Crow. Kraai laat weten dat hij bij hen zal blijven wonen totdat ze hem niet meer nodig hebben. Langzaam maar zeker verwerken de vader en de zoontjes hun verlies en hebben ze Kraai steeds minder en minder nodig.

Verdriet is het ding met veren is een bijzonder kort boekje. Het telt nauwelijks honderddertig pagina’s. Maar het is ook een zeer krachtig boek waar zoveel in zit. Ik vermoed dat ik het nog een aantal keren ga lezen, want ik heb er lang niet alles uit gehaald. Volgens mij is het zo’n boek dat je opnieuw en opnieuw kan lezen en er toch iedere keer een andere boodschap uit kan halen of een nieuw detail in kan ontdekken.

Zelf heb ik nog nooit iets gelezen van Ted Hughes, maar de man speelt ook een bepaalde rol in dit boek. Doordat Kraai gelinkt is aan die dichter, is het ergens ook logisch dat het boek vaak meer aanvoelt als een heel lang gedicht dan als een roman. Met momenten deed de schrijfstijl me zelfs wat denken aan de gedichten van Paul Van Ostaijen. Heel dat dichterlijke wist ik wel op prijs te stellen. Het maakt het boek soms wat moeilijker om te lezen, maar het zorgt ervoor dat in die honderddertig pagina’s massa’s prachtige zinnen terug te vinden zijn.

Het leven weer oppakken, als concept, is iets voor stommelingen, want ieder verstandig mens weet dat rouw een langetermijnproject is.

Het hele verhaal draait natuurlijk om het rouwproces van de vader en de twee zoontjes. Aan het begin van het verhaal is het pure chaos. De man mist zijn echtgenote en de jongens missen hun moeder. Gaandeweg zie je dat ze de dood van hun echtgenote en moeder een plaats weten te geven. Het drietal groeit meer en meer naar elkaar toe, de jongens worden volwassen, de vader gaat op zoek naar een nieuwe partner. Langzaam maar zeker is Kraai als rouwtherapeut niet meer nodig.

Het is een apart boek. Ergens tussen een lang gedicht, een kortverhaal en een sprookje. Ik zag het ook vergeleken worden met een fabel. Het past niet in een genre, zelfs niet in magisch realisme, en dat maakt het zo uniek. Daarnaast is bijzonder mooi geschreven en heeft het een prachtige, hartverwarmende boodschap. Dit boek gaat hier ongetwijfeld nog een keer gelezen worden. En dan nog eens. En nog eens. Ik kan het jullie alleen maar aanraden.

Dit prachtige boekje kan je kopen bij de plaatselijke boekhandel, maar ook bij Bol. Daar betaal je €14,90 voor de hardcover en €9,99 voor het e-boek.