Gebeurd

Schaamteloos

November 15, 2007

Het voordeel van steeds bussen en treinen te nemen op hetzelfde uur te nemen is dat je bepaalde mensen begint te herkennen. Zo zijn er Annelies en Siebe ‘s ochtends op de bus. Ik schat ze zeventien. Ze hebben altijd interessante gesprekken die ik dan met veel plezier afluister. Op de trein is er de jongeman met de metro en de vrouw met de plooifiets. De jongeman gaat een heel eind mee tot in Vorst, de vrouw stapt af in Nossegem. In Brussel Centraal zie ik nu al enkele dagen na elkaar de evil twin van deze blogger afstappen. Ofwel zie ik de good twin afstappen en is de blogger in kwestie de evil twin. Dat zou me eerlijk gezegd niet verbazen. Natuurlijk leer je ook enkele buschauffeurs en treinconducteurs kennen. Zo heb ik al enkele jaren een favoriete buschauffeur en nu heb ik eindelijk ook een favoriete treinconducteur. Jawel.

Vorige week donderdag zat ik helemaal verdiept in een boek (Pride and Prejudice voor de verandering :P) toen de deur van de coupé plots werd geopend. De conducteur. De jonge, zeer schattige conducteur. Enkele tellen later realiseerde ik me dat ik mijn abonnement moest laten zien. Dus dook ik mijn tas in en haalde de kaart te voorschijn. Op mijn gebruikelijke “alsjeblieft” volgde een “dank oe”. Aah, the joy of driving through Brussels: franstaligen en nederlandstaligen, allemaal een pot nat. Oeh, ik heb zelfs vandaag wéér Frans gesproken toen ik een vrouw hielp met de buggy van de trein te halen. Dat volledig ter zijde. Soit. Vorige week donderdag is die zeer schattige conducteur drie keer komen controleren. De strever. De tweede keer dat hij kwam controleren zat ik nog steeds te lezen en moest ik weer helemaal in de diepste diepten van mijn tas duiken op zoek naar dat geplastificeerde onding. “Eb ik et al kezien?” vroeg hij. Ik knikte, waarop hij verderliep.

Vandaag had ik nog maar net mijn achterwerk neergevleid op het paarse bankje toen de deur van de coupé open ging. Ik moest echt serieus op mijn tanden bijten om niet te giechelen toen ik zag dat hij daar stond. Volgens mij heeft hij de pretlichtjes in mijn ogen gezien of zo, want ik zag in zijn blik dat hij ook een punt van herkenning had. Dus liet ik mijn kaart zien, hij staarde er geruime tijd naar en zei toen weer “dank oe”. Ik vraag me soms echt af waar die conducteurs naar kijken als ze zo’n kaart zien. Naar de datum? Saai. Volgens mij kijken ze allemaal naar de foto’s op die ondingen. Daarom gebruik ik ook altijd een foto van vier jaar geleden waar ik op sta met een andere bril, een ander kapsel en een glimlach waarbij zelfs de breedste grijns van Julia Roberts in het niets verdwijnt. Het is een grappige foto. Misschien dat hij daar even naar keek, maar hij keek toch langer dan de gebruikelijke twee seconden. Toen hij de coupé uit was heb ik toch wel even gegiecheld. Ik vermoedde dat hij nog wel een paar keer voorbij zou komen. En zo geschiedde.
De tweede keer dat hij voorbij kwam en ik weer naar mijn tas greep, deed hij zelf teken dat ik het niet meer moest laten zien. Dus glimlachte ik eventjes naar hem. De derde keer dat hij voorbij kwam, zat ik net naar de lichtjes van onze hoofdstad te kijken. Hij zei niets tegen mij, maar richtte zich tot de vrouw die enkele tellen daarvoor in mijn coupé was komen zitten. Ze was net verhuisd vanuit een andere coupé omdat het daar te koud was. Toen de conducteur vroeg om haar kaartje, zei ze dat hij het al gecontroleerd had. “Juist, te koud,” zei hij en lachte. Opnieuw moest ik een giechel inhouden. Het probleem bij mij is dat als ik giechels inhou, die blijven groeien in mijn buik. Ik wist dat ik me niet meer zou kunnen inhouden als hij de volgende keer zou passeren. De vierde keer dat hij langskwam zaten er weer wat nieuwe mensen in de coupé. Hij controleerde een paar mensen hun tickets en intussen nam ik mijn abonnement terug in mijn handen. Daar zat ik dan trots te wezen met mijn kaart in de aanslag. Dus legde ik die parmantig op het tafeltje voor mij. “Ik oeweet et,” zei hij grinnikend toen hij voorbij liep. De giechel ontsnapte op dat moment. Man. Dus greep ik naar mijn gsm om vriendin I. op de hoogte te stellen van mijn schaamteloos geflirt, want ja, dat was het toch wel een beetje. Natuurlijk was er nog een vijfde keer, jawel. Deze keer moest hij nog een kaartje afrekenen bij de jongeman waarmee ik de coupé intussen deelde. Ik was intussen nog altijd dat smsje aan het typen. Ik ben traag daarin, ik weet het. Plots stond hij daar weer. Hij richtte meteen zijn aandacht op de jongeman. Ik volgde het schouwspel in de weerspiegeling van mijn raam. De conducteur is niet alleen extreem schattig, maar ook onhandig. Hij liet verschillende muntstukken vallen waarna hij een “ohlala” liet horen. Opnieuw had ik het vrij moeilijk niet in de lach te schieten. Komaan, welke man zegt er nu “ohlalala” en dan zo op z’n frans? Hi-la-risch. Dus ik zat daar half mijn lach weg te bijten, toen hij verder liep naar de deur van de coupé, zich plots omdraaide en lachend “EN?” vroeg. Ik schudde mijn hoofd en kon alleen nog maar lachen. De hele weg naar huis heb ik zitten/lopen/staan giechelen. Er zouden meer conducteurs moeten zijn die schaamteloos terugflirten. 😛

  • yab

    Waarom hebben andere mensen altijd de jonge, schattige conducteurs en ik de oude brompotten? 😉

  • ntone

    Ik wil die foto wel is zien :d

  • Manuel

    moi evil ? boe hoe kathleen boe hoe

  • Karel

    Fijn toch?

  • stijn

    Spijtig dat ik niet meer in Lot werk, anders had ik je graag wel eens komen vergezellen op de trein richting Halle. Ik vind het trouwens ook tijd voor jonge, flirtende conductrices op de ljin tussen Mechelen en Antwerpen. Alhoewel; die is zo overbevolkt dat ik toch geen schijn van kans maak om nog maar enigszins op te vallen. Tussen Brussel en Halle is dat toch wel wat anders 🙂

  • Gwendolyn

    Foei Kathleen, foei 😛 En nu doe je me twijfelen, misschien moet ik volgend jaar toch maar in een andere stad gaan studeren zodat ik kan treinen. 😛

  • Pin It on Pinterest